‘De bloedrode vlek op het maagdelijk wit.’ David Stroband
“We shall be your favorite disappearing act” is een tekst die zeven pagina’s (elke pagina telt een woord) van het boek ‘Anthropocentric’ beslaat. Het is een zin die aan grote goochelshows en de daarin veelvuldig voorkomende verdwijntrucs appelleert. Wanneer je ‘Anthropocentric’, gemaakt door beeldend kunstenaar Radek Dabrowski, doorbladert doet dit boek een stevig beroep op je visueel bevattingsvermogen. Een keur aan verschillende beelden doet zich aan je voor; behalve titels bij (en formaten en jaar van ontstaan) de beelden is er geen enkele tekst in het boek aanwezig die je maar enig houvast geeft. De beelden buitelen, zeker wanneer je het boek de eerste keren bekijkt, over elkaar heen. Je krijgt als beschouwer inderdaad de indruk dat je getuige bent van een show waar beelden uit de hoge hoed worden getoverd en het volgende moment weer in een zwart gat weg tuimelen. Geen enkel beeld lijkt een vaststaande status te hebben. De beelden die in deze publicatie aan je oog verschijnen kennen een grote verscheidenheid.
Ten eerste verschillen ze in formaat. Sommigen beslaan een pagina, anderen twee en er zijn bladzijden waar reeksen beeldjes op te zien zijn. Sommige beelden zijn geheel bladvullend, anderen bevinden zich binnen een zwart of wit kader.
Ten tweede: Wat valt er te zien? Hier valt in kort bestek geen antwoord op te geven. Enkele voorbeelden! Er zijn foto’s waarop twee herdershonden een stoep vol herfstbladeren afschuimen, of waar, met als achtergrond een enorme telescoop, een hand met opgestoken vingers de hoofdrol speelt. Grote grofkorrelige beelden tonen een groenig terrein met ook groene containers of een grijs trottoir waarop een man ligt, zijn hoofd badend in een vloeistof die de lucht reflecteert. Reeksen beelden tonen twee vrouwenhoofden die rood oplichten en tevens gevangen zitten in een felrood gekleurde rookwolk of een jongetje dat allerlei handelingen verricht rondom een klein fietsje. Beelden van een man met zwart baseballpetje die een blauwe doek tegen zijn gezicht houdt en een wit t-shirt draagt met daarop in zwarte letters de tekst “Something far more significant is occuring”, of een figuur die in uiterst devote houding in het luchtruim lijkt te zweven grijpen je aandacht en werpen je vervolgens enorm op je zelf terug omdat elke context lijkt te ontbreken.
Enig houvast biedt wellicht een aantal afgebeelde teksten die zo nu en dan in het boek opduiken. Het zijn korte zinnen opgebouwd uit woorden in witte letters (qua vorm lijken op ze op de getallen van een digitale wekker) die gedragen worden door een ‘gif’-gele achtergrond. ‘You make me feel nothing’, ‘You are not my target’, ‘It’s okay now, get closer’, ‘Nothing for you around here’ en ‘I am ignoring you’ zijn zinnen die in hun beknopte en directe informerende werking je als ontvanger van deze boodschappen een behoedzame klap in je gezicht geven. Je wordt direct aangesproken en je raakt ergens in betrokken waar je je controle eigenlijk al kwijt bent. De teksten hebben qua inhoud, maar ook qua vormgeving een alarmerende werking. Ze refereren aan intermenselijke contacten waarin machtsverhoudingen bepaald niet gelijkwaardig zijn. De titel van het boek ‘Anthropocentric’ en het motto voor het boek: “Considering human beings as the most significant entity of the universe’ duiden een centrale aandacht voor de menselijke soort en de macht die ze over haar omgeving wil uitoefenen.
De ‘gif’-gele vlakken met daarop de witte letters, die de korte tekstuele boodschappen vormen, zijn in acrylverf geschilderd. Het zijn schilderijen die Radek Dabrowski in de loop van een aantal jaren heeft gemaakt.
Betekent dit dat al het beeldmateriaal afkomstig is van de hand van Radek? Ja en nee! Hij is natuurlijk onmiskenbaar de regisseur van deze vloed aan beelden. Hij selecteert ze en ‘monteert’ ze tot zijn beeldverhaal. Ook zijn veel beelden, naast de schilderijen, uit door hem geschoten korte films afkomstig. Er is echter ook van internet afkomstig materiaal aanwezig. Naast titels en jaartallen wordt er bij veel beelden een tijdsduur vermeld. Een merkwaardig gegeven om naast een statisch beeld opeens de notatie van een tijdsduur te ontdekken. Opgemerkt moet worden dat de betreffende beelden in hun verschijning wazig, grofkorrelig en bepaald niet strak gekaderd zijn. Ze vertonen dus het uitgesproken karakter van een ‘still’ uit een reeks bewegende beelden. Deze ‘stills’ wekken op het eerste gezicht echter niet de indruk een kunstwerk te vertegenwoordigen. Veel meer lijken ze rechtstreeks aan de media of aan internetbronnen te zijn ontleend. Ze doen zich voor als geplukte in plaats van zorgvuldig gecomponeerde beelden. Het geplukte beeld vormt de laatste jaren een serieus te nemen bron in de beeldende kunst. Kunstenaars onderzoeken aan de hand van dit rechtstreeks ontleende materiaal eigenschappen van beeld, analyseren beeldcodes en ontrafelen de beeldtalen die we dagelijks aan ons voorbij zien gaan.
Is Radek Dabrowski zo’n analyticus van beelden? Ja, dat is hij. Maar niet in de zin dat hij beeld op zijn politieke of in die zin manipulerende implicaties onderzoekt. Wel ondervraagt hij de ‘handelingswaarde’ van beelden binnen een artistieke context. Wat kan de kracht van een kunstwerk zijn? Meer precies geformuleerd: Aan welke voorwaarden moet een kunstwerk voldoen om een zo optimaal mogelijke impact op de beschouwer te hebben?
Bovenstaande houdt Radek al een tijd bezig. Tijdens zijn opleiding* raakte hij in de ban van de vraag hoe omvangrijk zijn uitdrukkings-mogelijkheden via het schilderij waren om de kijker als het ware bij de keel te grijpen. De ruimte tussen beschouwer en kunstwerk vormt een vruchtbaar onderzoeksterrein voor hem. Hoe kan een kunstwerk de kijker tot ‘handelen’ aanzetten? Hoe kan een beschouwer een ‘betekenisvolle’ ruimte worden geboden, zodanig, dat hij deze vult met zijn eigen interpretaties? Met andere woorden: hoe kan een kunstwerk tot leven gebracht worden en hoe kan de kunstenaar hierbinnen een zinvolle ontmoeting met de kijker hebben en vice versa? In deze periode begon Radek aan de, hierboven genoemde, ‘gif’-gele schilderijen met de pakkende korte teksten. Deze talige boodschappen werken in hun vorm wervend als een advertentie, maar dreigen door hun inhoudelijke betekenis de kijker op afstand te houden. Ze hebben een confronterende werking waardoor hun receptie bij de kijker ook een te eendimensionaal karakter kan hebben.
Radek doet verder onderzoek en gaat korte films maken waaruit ‘stills’ in ‘Anthrpocentric’ te zien zijn.
‘Anthrpocentric’ is gevuld met materiaal dat referenties oproept aan de taal van de media. De ‘stills’, vol pixels en groffe korrels, tonen een wereld die binnen het huidige medialandschap gemeengoed is. Het beeldmateriaal dat Radek inzet heeft zijn vaste codering verloren. Hij handelt niet meer in heldere beeldtalen, maar lijkt deze juist tot de grond toe te hebben afgebroken. De ‘stills’ kunnen zo ontleend zijn aan de hedendaagse reportagecultuur binnen bijvoorbeeld een nieuwsuitzending. Ze lijken actualiteitswaarde te hebben en drukken uit dat iedere actualiteit per definitie vluchtig is. Hoe komt het dat veel beelden in ‘Anthropocentric’ beladen lijken met allerlei betekenissen en tegelijkertijd helemaal niets uitdrukken? Dit zit hem in de onzorgvuldige kadrering en de ‘vaagheid’ van de beelden die zo kenmerkend is voor snel vastgelegde reportages. Beeldmateriaal dat regelmatig door handy-cameraatjes (geschoten door professionals of amateurs) of veiligheidscamera’s wordt vastgelegd vormt hier de basis voor. Het zijn beelden die feitelijk non-descript zijn en zo een open bron vormen waar de kijker naar hartelust uit kan putten; beelden die alles lijken te zeggen, maar in feite niets uitdrukken. Een serie als ‘ Anthropocentric VIII’ (2001, 3min) vormt een goede illustratie voor bovenstaande Een serie van acht foto’s, geplaatst binnen een kader van zwart, toont fragmenten van een binnenruimte waar de aandacht wordt gefocust op een bureaustoel, een omgevallen doos met dossiermappen en andere op de grond liggende troep. Het camerastandpunt is vaak laag en de beelden zijn opgebouwd uit grove pixels. Het eerste beeld van deze serie laat echter een helikopter zien die vlak boven een gebouw hangt. De toon voor de hele serie wordt grotendeels door dit beeld gezet. We denken beelden te zien van een ruimte waar zich onheilspellende zaken hebben afgespeeld. Je kunt je fantasie ongebreideld in deze reeks uitleven. De beelden zijn pakkend en verleiden je tot projecties. Maar ze zijn ook leeg. Het gegeven van het beeld dat per definitie een lege huls is, maar door de beschouwer toch met betekenissen geladen wordt is iets dat Radek fascineert. Wanneer pakt een beeld je?
Een belangrijke vraag, binnen de context (de kunstcontext) waarin dit boek verschijnt, is ook: Draagt een pakkend beeld ook aan esthetiek ontleende codes?
‘Anthrpocentric’ zit vol potentiële dreiging, er ligt constant kwaad op de loer. Radek toont ook beelden die meer helder, iets meer eenduidig lijken in hun betekenis. ‘Because I was bored’ 2004 (c-print, 120x160cm) toont de linker zijflank van een witte, kapotte auto met een openhangend portier waar een bebloed hoofd uithangt. Dit is een prachtig gekaderd beeld. Het bebloede hoofd bevindt zich in het centrum van de voorstelling en ook binnen het kader van de autoruit. De compositie van dit beeld is zeer uitgewogen. Een esthetische kwaliteit is dus daar. We hebben te maken met een afbeelding van een slachtoffer, die tegelijkertijd als held lijkt te zijn geportretteerd. Alleen de titel zet ons op het verkeerde been en refereert wellicht aan onze hedendaagse neiging tot het zoeken van allerlei spannende uitdagingen met mogelijk fatale afloop. De thematiek van slachtoffer alias held is een oud en vertrouwd gegeven binnen onze cultuur/ kunstgeschiedenis. Radek ontkomt in beeldonderzoek dus niet aan een kunsthistorische context. Zo laat de reeks ‘Going inside’ 2002, 3 min. een twaalftal fotoportretten (‘Stills’) zien van het hoofd van een man. Het hoofd heeft steeds een andere, wat extreme houding en samen met de zeer expressieve gezichtsuitdrukkingen ontstaat hier een beeld van iemand die in extase is geraakt. Het hoofd lijkt uit de duisternis op te doemen en wordt theatraal belicht. Deze reeks beelden vertoont veel referenties aan de schilderkunst. De associatie met de vroege portretten van de Italiaanse schilder Michelangelo Merisi da Caravaggio is snel gemaakt. Zijn portretten drukken een mengeling van zoete schoonheid en wrede dreiging uit.
Is ‘Anthropocentric’ enerzijds een onderzoek naar de werking van beelden en dan specifiek naar hun potentie, anderzijds is het ook een boek met beelden vol schoonheid. Ook de beelden met grove pixels en dus vage contouren zijn prachtig qua stemming en tonen vaak heldere kleuren. De esthetische kwaliteit van veel beelden vormt eigenlijk een redding voor ‘Anthropocentric’. Wanneer het alleen een boek zou zijn dat gevuld is met ‘typische’ mediabeelden zou het niet boven een clichématige middelmaat uitstijgen. Nu weet de aan schilderkunstige principes ontleende esthetiek het boek boven zijn puur beeldonderzoekende waarde uit te tillen. Beelden vol potentiële dreiging roepen in al haar suggestie sowieso al een zekere schoonheidservaring op.Vanaf de 18e eeuw heeft het idee zich ontwikkeld dat het kwaad ook mooi kan zijn. De combinatie van aanwezige dreiging en esthetiek geeft ruimte aan de beschouwer; het beeld verontrust hem of haar enigszins, maar lonkt ook. Zelfs de eerder genoemde afbeeldingen van de ‘gif’-gele tekstschilderijen verliezen hun confronterende werking tussen deze veelvoud aan beelden en gaan een kruis-bestuiving met hen aan.
Het boek stelt de mens centraal en de menselijke waarneming in het bijzonder. Bijzonder een werk in het boek plaatst het ‘anthrpocentrische’ onomwonden binnen het vizier. Het betreft ‘No title’, 2005 blood on canvas, 50x60cm. Op een groot wit vlak is een rood-paars vlekje te zien. Een druppel bloed wordt in de oneindigheid opgenomen. De mens lijkt hier even centraal te staan binnen het oneindige universum. Radek bewijst met dit beeld dat hij, ondanks of naast of dank zij zijn onderzoekende houding, in ieder geval heilig in de potentiële werking van beelden gelooft.
En zeker ook in de verrassende schoonheid die ze vaak herbergen.
* Vervolgopleiding schilderen aan het Frank Mohr Instituut in Groningen.





